Een begrafenisondernemer uit Wachtebeke is vrijgesproken.  De man had een uitvaart uitgevoerd met een lege kist.  De vrouw die op dat ogenblik in de kist had moeten liggen was op het ogenblik van de uitvaart al gecremeerd.  Ook de familie wist niet dat de kist leeg was tijdens de kerkelijke uitvaartplechtigheid.

Het hof van beroep in Gent heeft nu geoordeeld dat een stoffelijk overschot geen handelsgoed is en dat er dus ook geen sprake kan zijn van misbruik van vertrouwen.  De begrafenisondernemer is dus vrijgesproken.

De uitvaartplechtigheid van de vrouw vond in februari 2012 plaats.  Omdat de begrafenisondernemer heel snel terug was van het crematorium, met een urne, stelden de nabestaanden zich vragen bij de duur van de crematie.

De begrafenisondernemer bekende uiteindelijk dat hij de crematie op voorhand had laten plaatsvinden. Hij werd door de rechtbank van eerste aanleg veroordeeld tot drie maanden cel met uitstel en een effectieve geldboete van 600 euro, maar ging in beroep.

“Een stoffelijk overschot kan geen voorwerp zijn van het misbruik van vertrouwen, het is immers geen voorwerp van handel”, oordeelde het hof nu. “Er kan dus ook geen sprake zijn van een misdrijf.” De begrafenisondernemer werd hierdoor vrijgesproken.

De nabestaanden van Simonne kunnen voor een burgerlijke rechtbank eventueel wel nog een schadevergoeding eisen.

Deel dit!

Plaats een reactie