Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de voorwaarden waaraan doodskisten, lijkwaden en andere lijkomhulsels moeten voldoen:

HOOFDSTUK I. – Voorwaarden waaraan doodskisten moeten

Artikel 1.De doodskisten bestemd om stoffelijke overschotten te begraven in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voldoen aan de volgende voorwaarden:1° De van een ondoordringbare voering voorziene doodskist beschikt over kenmerken betreffende biologische afbreekbaarheid, weerstand en ondoordringbaarheid om de veiligheid van medewerkers en de waardigheid van de overledene te waarborgen tijdens alle fasen van de begrafenis tot aan de begraving.Deze kenmerken betreffende weerstand en ondoordringbaarheid moeten worden aangetoond door middel van een conformiteitsverklaring overeenkomstig norm NF D 80-001-1 of een gelijkwaardige norm;2° de materialen waaruit de doodskist is vervaardigd mogen niet geïmpregneerd zijn met chemische bewaarmiddelen.In het bijzonder de doodskisten die zijn vervaardigd uit vezelplaten mogen niet meer dan 10 mg. vluchtige of makkelijk vrijkomende formaldehyde per 100 gr. vezelplaat bevatten;3° uitsluitend lijmen op basis van ureumformaldehyde, isocyanaat, polyvinylacetaat en uitsluitend vernissen op basis van cellulosenitraat mogen worden gebruikt.Andere lijmen of vernissen mogen worden gebruikt als de fabrikant van de doodskist kan aantonen dat ze minstens even biologisch afbreekbaar zijn als de voornoemde lijmen en vernissen en minder schadelijk zijn voor het milieu. In ieder geval zijn lijmen en vernissen die gehalogeneerde stoffen bevatten, verboden;4° in afwijking van punt 1° zijn metalen montage-elementen zoals nagels, schroeven, nietjes, klemmen en deklatten toegelaten;5° houtreliëfs, profielen en decoraties d.m.v. brandschilderen zijn toegelaten;6° het gebruik van zaagsel, houtspaanders, houtwol of eender welk absorberend biologisch afbreekbaar materiaal is toegestaan voor het absorberen van de vochtigheid binnen in de doodskist.

Art. 2.De doodskisten bestemd voor de crematie van stoffelijke overschotten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voldoen aan de voorwaarden die zijn bepaald in artikel 1 alsook aan de volgende voorwaarden:1° de doodskist mag geen enkele stof bevatten die een belemmering vormt voor een normale crematie, een gevaar vormt voor de crematie-installaties of die de goede werking van de systemen voor rookfiltering in het gedrang brengt tijdens de crematie;2° sterk absorberende materialen die zijn samengesteld uit polymeer acrylzuur en uit alkaliumzouten en ammoniumzouten zijn toegelaten.

Art. 3.Het is niet toegestaan een doodskist die in contact is gekomen met een stoffelijk overschot te hergebruiken.

Art. 4.De voorwaarden waaraan de doodskisten moeten beantwoorden en die zijn vermeld in dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de doodskisten bedoeld voor het internationaal transport van stoffelijke overschotten.HOOFDSTUK II. – Voorwaarden waaraan lijkwaden of andere lijkomhulsels moeten beantwoorden

Art. 5.De lijkwaden of andere lijkomhulsels dan een doodskist, bedoeld voor de begraving of de crematie van stoffelijke overschotten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:1° het materiaal waaruit de lijkwade of het lijkomhulsel is vervaardigd mag niet meer dan 0,1 gewichtsprocent chloor bevatten;2° Gedurende zeven dagen in voortdurend contact met water van 5° C en 20° C bij pH 7 mag het materiaal waaruit de lijkwade of het lijkomhulsel is vervaardigd niet meer dan 1 mg vloeibaar water per meter per uur doorlaten, gemeten volgens de norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm.Na vijftien dagen mag, volgens een biologische proef, de doorlaatbaarheid, gemeten volgens de norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm, voor gasvormig koolstofdioxide niet minder zijn dan 150 ml per meter per uur en voor zuurstof niet minder dan 200 ml per meter per uur;3° De treksterkte van het materiaal en de las- of naadverbindingen van de lijkwade of het lijkomhulsel mogen niet minder bedragen dan 1 N (nano, groothedensymbool voor brekingsindex) per mm, gemeten volgens de norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm;4° als het materiaal waaruit de lijkwade of het lijkomhulsel is vervaardigd wordt dubbelgevouwen en de vouw gedurende dertig minuten wordt belast bij een druk van 5 N per cm, dan mag het materiaal in de vouw geen scheur vertonen;5° Gedurende twee jaar bij opslag bij 20° C mag het materiaal waaruit de lijkwade of het lijkomhulsel is vervaardigd geen krimp in de lengte- en de breedterichting van meer dan 10% vertonen, gemeten volgens de norm ASTM D2732-83 of een vergelijkbare norm;6° Het materiaal waaruit de lijkwade of het lijkomhulsel is vervaardigd moet binnen negentig dagen voor meer dan 98% worden afgebroken, gemeten volgens de norm ASTM D5338-92 of een vergelijkbare norm;7° Zowel bij biologische afbraak als bij crematie van de lijkwade of het lijkomhulsel mogen geen schadelijke stoffen vrijkomen en dit proces moet de voldoen aan de norm RAL GZ 251 of een vergelijkbare norm inzake zware metalen, zoals Pb, Cr, Ni, Cu, Cd en Zn, en gechloreerde koolwaterstoffen.De methode voor de analyse of vaststelling gebeurt op basis van de norm ASTM D5152-91 of een vergelijkbare norm;8° het gebruik van zaagsel, houtspaanders, houtwol of eender welk absorberend biologisch afbreekbaar materiaal is toegestaan voor het absorberen van de vochtigheid.

Art. 6.Indien gebruik wordt gemaakt van een plank of eender welk ander materiaal voor het transport van een stoffelijk overschot gehuld in een lijkwade of een ander lijkomhulsel en wanneer deze plank of dit materiaal in een lijkwade is gewikkeld of bestemd is voor crematie samen met het stoffelijk overschot, dan moet deze plank of materiaal aan dezelfde voorwaarden voldoen als bepaald in artikel 1 van dit besluit, en tevens aan deze als bepaald in artikel 2 van dit besluit.

Art. 7.Het is niet toegestaan een doodskist die in contact is gekomen met een stoffelijk overschot te hergebruiken.HOOFDSTUK III. – Conformiteitscontrole

Art. 8.De Minister belast met Plaatselijke Besturen kan de modaliteiten van het systeem van conformiteitscontrole van de lijkkisten, lijkwaden en andere lijkomhulsels aan de technische normen die door dit besluit werden vastgelegd, vaststellen.

HOOFDSTUK. IV. – Slotbepaling

Art. 9.Het koninklijk besluit van 26 november 2001 tot uitvoering van artikel 12, tweede en vierde lid, van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, wordt opgeheven.

Art. 10.De Ministers tot wiens bevoegdheden Plaatselijke Besturen en Milieu behoren zijn elk wat betreft hun bevoegdheid, belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 20 december 2018.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek, Openbare Netheid en de Haven van Brussel, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen Ontwikkelingssamenwerking, G. VANHENGEL De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling en Economie, D. GOSUIN De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken, P. SMET De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie, C. FREMAULT

Publicatie : 2019-01

Deel dit!

Plaats een reactie