De lange en vele discussies over de afschaffing van de vestigingswet blijft bij vele nazinderen.  Het blijft ook het gespreksonderwerp bij begrafenisondernemers onderling, ook onlangs op de Funeral beurs in Brussel was dat zo.  Mensen met jarenlange ervaring worden nu ‘belaagd’ door concurrenten zonder ervaring.

Het begint met de afschaffing van de vestigingswet, maar het gaat verder dan dan.  Waar wordt onze kwaliteit onder de loep gehouden?  Of door wie?  Crematoria hebben vandaag meer dan ooit een oog op wat er gebeurt.  Zij zien veel en veel uitvaartondernemers hebben crematoria nodig.  Hetzij voor crematie, koffietafels of plechtigheden.

Er staan mensen zonder enige ervaring voor de klas van uitvaartmedewerkers

Daarnaast is er de opleiding.  Wie controleert daar de leerkrachten?  Wanneer er vandaag effectief mensen voor de klas staan zonder enige ervaring, waar dat vroeger mensen uit de sector waren met jarenlange ervaring, staan er nu mensen voor de klas zonder enige ervaring.  Hoe dat kan, daar stelt men zich vragen bij.  Want meer scholen bieden deze opleiding aan, het moet dan wel goed en degelijk gegeven worden.  Ook dit was een gespreksonderwerp op de Funeral beurs te Brussel.

Heeft de ‘versoepeling’ van de wetgeving een effect op onze kwaliteit?

Wellicht heeft de aanpassing van de wet een effect op onze kwaliteit.  Mensen zonder ervaring kunnen zomaar onze markt op komen.  Er gebeuren sowieso fouten, ons beroep is er geen dat je zomaar kan uitoefenen.  Als je het meent, moet je jarenlang mee lopen met een ervaren persoon.  Dan pas kan je eigenlijk zeggen dat je ervaring hebt.

Hier en daar een uitvaart als drager mee uitvoeren, is lang niet genoeg om jezelf als ervaren persoon naar voor te duwen.  Laat staan een eigen zaak op te starten.  Maar hoe gaan we onze kwaliteit dan effectief kunnen bewaren?

Een kwaliteitslabel?

Nederland heeft voorbeelden van een vrije markt met verschillende verenigingen en de daarbij horende deontologische codes waaraan men zich moet houden.  Alsook een kwaliteitslabel voor de aangesloten uitvaartondernemers.  Is dat de oplossing?  Een kwaliteitslabel van een vereniging?  Of moeten we het anders aanpakken?

Moet er een controlerend orgaan komen?  En vooral van wie gaat dat orgaan uit?  De overheid?  Of een door de overheid erkende beroepsvereniging?   Of een kwaliteitslabel van een door de overheid erkende beroepsvereniging?  Het is een discussie die momenteel loopt.

Deel dit!

1 reactie

  1. Ben Gerdiaans on

    Veel vragen en nul antwoorden…

    Schieten op de zittende eenden lijkt me te gemakkelijk in dit geval. Vanuit de overkoepeling zou er veel eerder pro-actief ingezet moeten zijn op wat Europa reeds een decennium geleden had vooropgesteld in functie van aanpassingen in de vestigingswetten. Wat baten kaars en bril denk ik dan…

    Een kwaliteitslabel gaat niets uithalen en lijkt me overbodig aangezien het juridisch geen enkel draagkracht zal hebben.
    De sector (of de ondernemer an sich) zal zich moeten bewijzen op de werkvloer en er zal een natuurlijke schifting gebeuren op termijn. Dit is zo voor alle takken van de dienstverlening. De uitvaartbranche lijkt me niet anders of specialer te zijn dan enige andere ook al wordt dit soms wel eens meewarig geïnsinueerd naar de buitenwereld…

    Vanuit diezelfde gedachte zie ik ook geen enkele meerwaarde van een overkoepeling waar men zich al dan niet kan bij aansluiten. Zolang er op Europees gebied niets deftigs wordt beslist naar kwaliteitsnormering kunnen de verschillende beroepsverenigingen hete lucht blazen tot ze een ons wegen.
    Dat er nu veel ondernemers met toegeknepen billen zitten omdat er weldegelijk meer kans is op (on)gezonde concurrentie kan de sector op termijn alleen maar ten goede komen.

    Laat ons wel wezen, in dit land is er op gemeentelijk vlak -laat staan op provinciaal of gewestelijk niveau- NUL conformiteit. Wat zouden we dan de éne of de andere beroepsvereniging zonder enig wezenlijk gewicht moeten gaan volgen in de hoop dat ze de belangen van gelijk welk beroep gaan verdedigen? Vragen stellen en plausibele oplossingen poneren die er waarschijnlijk toch nooit gaan komen is té gemakkelijk en het jaarlijks lidgeld niet waard me dunkt.

    Ik sluit af met de gedachte dat we als ondernemer zelf onze eigen belangen moeten verdedigen, zelf ons eigen statuut moeten waarborgen en zelf ons naam moeten maken. Daar gaat een kwaliteitslabel niets aan veranderen en zal een aansluiting bij gelijk welke beroepsvereniging niets kunnen aan bijbrengen.

    Cowboys heeft men in elke branche, evenals waardige collega’s/concurrenten. Ik verwelkom beiden. Ze zetten me enkel maar aan om elke dag weer mijn best te doen en te excelleren in mijn vak.

Plaats een reactie