‘Hoezo, vrouwen kunnen de kist niet dragen?’

0
Awesome

Door Eline Delrue – Op begrafenissen in Nederland zie je ze almaar vaker: dames die de doodskist dragen. Want vrouwen dragen ons het leven in, en dus ook weer uit. Het fenomeen is zo populair geworden dat de Draagstersgilde dringend op zoek moet naar vers bloed. ‘Liefst groter dan 1m65, al kunnen we nog wat fiksen met hakken en schoudervullingen.’

De Nederlander Hans de Booij bezong het al in de jaren tachtig: “Ik hou van alle vrouwen. Mijn hart is veel te groot. Daar ben ik mee geboren. En daar ga ik ook mee dood.” Steeds meer noorderburen laten zich dezer dagen door vrouwen naar hun laatste rustplaats tillen. Meer zelfs, het gaat zo hard voor de Draagstersgilde dat de zestien dames de vraag amper kunnen bijbenen. Het initiatief, nochtans al veertien jaar oud, vindt ineens een tweede adem. Met soms drie begrafenissen op één dag.

“Het was indertijd een groot gemis in de uitvaartwereld”, vertelt bezielster Mieke van Leeuwen. “Je zag alleen maar stijve mannen de kist dragen. Helemaal in het zwart, met een hoge hoed op. Erg somber, strak en hard allemaal. Met vrouwen komt het toch wat zachter, lieflijker over.”

Een donkerblauw broekpak dragen ze, met een witte blouse en blauw sjaaltje eronder. Al kan het op aanvraag ook helemaal in het wit. Waren de ‘draagsters’ lange tijd de uitzondering op de regel, dan heffen ze nu toch al zo’n tweehonderd kisten per jaar. 

Is Nederland het gidsland, tot in de dood? Laten we het erop houden dat we van elkaar kunnen leren, stelt begrafenisondernemer Christophe Bruyneel, verbonden aan Uitvaart Vlaanderen. “Dat vrouwen de kist dragen, is alleszins nog niet overgewaaid. Niet dat ik er een probleem mee zou hebben, zij mogen dat doen. Maar bij ons wordt het tot nog toe alleen door mannen gedaan. Vaak gaat het dan om gepensioneerden, of mannen die in ploeg werken en daardoor af en toe een voormiddag vrij hebben.” 

Geen draagsters dus in eigen land, al “zien we wel steeds meer vrouwen in de uitvaartwereld”, merkt Bruyneel op. “Denk aan ceremoniemeesters, moreel consulenten, moderators bij zowel kerkelijke als burgerlijke plechtigheden. Als zij tijdens de dienst de teksten voorlezen, dan zit daar toch meer medeleven in. Het wordt warmer en zachter gebracht. Maar om nu de kist te gaan dragen? Dat zal ook niet altijd evident zijn, vermoed ik. Want de mensen worden zwaarder, de kisten ook. Als je dan een eikenhouten kist moet tillen met een man van 150 kilogram erin. Toch wel lastig, lijkt me.”

Ook in Nederland doen de draagsters nog de wenkbrauwen fronsen. “We zien de mensen weleens raar opkijken, ja”, vertelt Yvonne Goud (44), al zes jaar lid van de Draagstersgilde. “‘Dames die de kist dragen? Dat gaat toch niet, dat lukt toch nooit?’ Maar we kunnen het wel, hoor. Het is niet alleen mannenwerk. (lacht) Meestal zijn we met z’n zessen, maar als het echt zwaar is heffen we met acht. Is het werkelijk onhaalbaar, dan gebruiken we de rijdende baar.”

Niet zelden zijn het de nabestaanden die kiezen voor een vrouwelijke toets. Zoals bij die ene man, herinnert oprichtster Mieke van Leeuwen zich. “Hij hield zo veel van vrouwen, het moesten wel vrouwen zijn die zijn kist droegen.”

Al komt het idee soms van de overledene zelf. Tenminste, als die alles netjes op voorhand regisseert. “Zo was er eens een mevrouw die erop stond dat dames haar kist zouden dragen”, vertelt Yvonne Goud. “Ze was heel geëmancipeerd. Haar idee was: vrouwen aan de top, vrouwen aan de kist.”

En dat betekent niet mee staan snotteren en janken, werpt de gilde op. Goud: “Nee, het is niet de bedoeling dat wij er emotioneel gaan bij staan. Al zijn we natuurlijk niet van steen. Daarom houden we na de dienst altijd een nabespreking. Zo kunnen we het achteraf ook beter loslaten. Want als je alles meeneemt naar huis, houd je dit niet lang vol.”

Medeleven tonen, zonder in tranen uit te barsten, het is een van de vereisten om draagster te worden. Al zijn er nog een paar puntjes in het profiel. “Je bent best 1m65 tot 1m75 groot”, licht Goud toe. “Iets kleiner kan nog. Dat passen we dan wel aan met hakken of schoudervullingen. Maar er zijn toch grenzen. (lacht) Je hebt ook uitstraling, een verzorgd uiterlijk. Je bent niet ouder dan 65 jaar, en bent drie dagen per week beschikbaar.”

Het is met spoed dat ze worden gezocht, de vrouwen die de cirkel van het leven rond maken. Want, zo luidt het, “een vrouw draagt je het leven in, en dus ook het leven weer uit”. Een filosofie die de Nederlander wel lijkt te smaken, maar waar de Vlaming nog niet wakker van ligt. 

Het is vooral een symbolisch idee, duidt Manu Keirse, klinisch psycholoog en rouwexpert. “Dat vrouwen de kist dragen legt een link tussen het begin en het einde van het leven. Het is iets wat we in onze drukke maatschappij haast vergeten, maar sterven is even typisch voor het leven als geboren worden.”

Nog beter dan draagsters inschakelen, zo meent Keirse, is om die taak terug te geven aan de naaste omgeving, zoals dat vroeger gebeurde. “In de jaren vijftig, bijvoorbeeld, waren het nog de buren die het overlijden aankondigden, die de kist naar de kerk droegen. Na de dienst mochten ze mee aanschuiven aan de koffietafel. Gevolg: de nabestaanden kwamen achteraf niet in een isolement terecht, zoals je nu wel vaker ziet. Nu kun je in een appartement een kist in de lift zien en niet weten wie er precies gestorven is. Met alle vereenzaming van dien. Alleen zo, met dragers uit de omgeving, zouden we het sterven weer in die maatschappelijke context kunnen brengen. Met mensen die samen met de overledene ook het leven hebben gedragen, niet alleen de dood.”

Het is Yvonne Goud, die als hoofdberoep in een verzorgingstehuis werkt, niet helemaal vreemd. “Het valt weleens voor dat de overledene iemand is die ik persoonlijk heb gekend. Of dat de zaken lastiger maakt? Eigenlijk niet, nee. Het kan juist een mooie afsluiter zijn.”

Met toestemming van de auteur: Eline Delrue – De Morgen – 31/07/15

Deel dit!

Plaats een reactie